X

Ben jij bezig met duurzame impact en jonger dan 33?

Dan zijn we op zoek naar jou! De DJ100 laat zien dat duurzaamheid mogelijk is en biedt unieke netwerk mogelijkheden!
 
opgeven & aanbevelen
jongeren welkom

Waarom de jonge generatie niet de barricades op gaat

‘Een serie crisissen tekenen deze jaren het wereldtoneel, en raken jongeren specifiek. Het beeld heerst dat het minder zal worden; jongeren krijgen het nooit meer zo goed als hun ouders. Van verontwaardiging hierover lijkt onder jongeren in Nederland nauwelijks sprake – behalve misschien over pensioenverdelingen. In het algemeen laat de huidige Generatie Y zich weinig in het publieke domein horen. Betekent dit dat maatschappelijk engagement en idealisme bij hen ontbreken? Dat is niet het geval, zoals een eerder artikel hier ook al betoogde (Generatie Groen), en zoals de jongeren van de Duurzame Jonge 100 laten zien. Maar hoe komt het dat jongeren niet een meer prominente rol in het publieke debat spelen? En hoe kan hun inbreng in de maatschappij versterkt worden?’
 
Emilie Röell (25), coauteur van Jongeren Welkom zoekt antwoorden op deze vragen en plaatst de Duurzame Jonge 100 in een trend van nieuw maatschappelijk engagement.

 

‘Tom is een goede vriend van mij, met wie het momenteel niet zo goed gaat. We kennen elkaar sinds het begin van onze studietijd in Utrecht, waar Tom altijd bekend stond als een nieuwsgierige, gemotiveerde, ambitieuze jongen. Hij maakt anderen vaak een beetje onzeker met zijn nauwkeurig geplande cv en toekomst: naast zijn studie Internationale Betrekkingen ondernam hij allerlei activiteiten en elke zomervakantie had hij ergens in de wereld weer een interessante stageplek bemachtigd. Inmiddels, 3 jaar na zijn afstuderen is Tom nog steeds bezig met het bemachtigen van interessante stageplekken. Een echte baan lukt maar niet. Bovendien weet hij niet zeker wat voor soort baan het beste bij hem zou passen, en wat echt van waarde is in onze complexe wereld vol crisissen. Tom piekert veel, en voelt zich zo langzamerhand knap waardeloos. Hij vraagt zich voortdurend af of hij niet een meer concrete studie had moeten kiezen. Hij denkt dat hij nog harder had moeten werken. Soms denkt hij dat hij maar beter meubelmaker kan worden; het nut van zulk werk is tenminste duidelijk…

 

Een niet zo warm welkom in de samenleving

Iemand als Tom kennen we allemaal wel. Mid-twintigers van nu treffen na het afronden van hun opleiding een arbeids- en huizenmarkt die een stuk minder verwelkomend is dan waar velen van hen tijdens hun studietijd op anticipeerden. En in bredere zin vindt hun volwassenwording en intrede in de maatschappij plaats tegen de achtergrond van een discours van achteruitgang en somberheid; de economische crisis, de discussies over het project Europa en klimaatverandering zijn deze jaren sfeerbepalend. Dat maakt velen van hen, zoals in het geval van Tom, onzeker, en geeft ze een gevoel van betekenis- of richtingloosheid. Velen jongeren vandaag de dag gaan door een moeilijke periode heen zo rond hun vijfentwintigste.

 

Opvallend is de afwezigheid van verontwaardiging over de situatie op de arbeids- en huizenmarkt en andere wereldproblemen onder jongeren. Waar in andere Europese landen jongeren de afgelopen jaren boos de straat op gingen, zijn demonstraties of politieke acties door jongeren in Nederland zeldzaam. Op zoek naar verklaringen voor de problemen van jongeren en hun zwakke inmenging  in het publieke debat, interviewden professor Herman van Gunsteren en ik het afgelopen jaar een serie twintigers en een serie zeventigers, een project dat recent resulteerde in het boek Jongeren Welkom. In dit project werd duidelijk dat veel jongeren van vandaag de dag, anders dan eerdere generaties jongeren, het uitblijven van kansen eerder als privé probleem zien dat ze zelf moeten oplossen dan als publieke kwestie waarvoor aandacht mag bestaan. Weinig jongeren brengen problemen rondom hun intrede in de maatschappij in verband met maatschappelijke omstandigheden; eerder betrekken zij deze op zichzelf en zoeken ze individueel naar oplossingen. Hoe komt dit?
 
Mogelijke verklaringen

In Jongeren Welkom verkennen we aantal mogelijke verklaringen. Ten eerste is het voor jongeren vandaag de dag wellicht moeilijker om oorzaken aan te wijzen voor een maatschappelijk probleem als werkeloosheid. De maatschappij van nu, ondanks (of juist dankzij) de informatieovervloed, is minder kenbaar dan de geordende maatschappij van vijftig jaar geleden. In de laatste decennia is het besef gegroeid dat de maatschappij een stuk ondoorzichtiger, complexer en onbestuurbaarder is dan eerder verondersteld. Bovendien heerst er een algeheel pessimisme en gelatenheid over de richting van de wereld, dat inmenging in het publieke debat een stuk minder aantrekkelijk maakt. Het is begrijpelijk dat in deze omstandigheden veel jongeren zich liever richten op wat ze wel weten, wat ze wel kunnen bevatten en waar ze wel invloed op hebben, namelijk dat wat zich afspeelt in hun eigen leven.

 

Met de vrijere opvoeding in de laatste decennia van de vorige eeuw is het bovendien diffuser geworden waartegen je je verzet zou kunnen richten. Vroeger stond de betekenis van veel zaken in het leven immers vast. Althans, er was een standaard- of defaultoptie die je volgde, tenzij je echte drang had om je daartegen te verzetten en een eigen weg te gaan. Tegenwoordig staat zo ongeveer alles op losse schroeven, en is alles in principe je eigen keuze.
 
Grootgebracht door een generatie optimistische Babyboomers, heeft Generatie Y een sterke nadruk op eigenheid, keuzevrijheid, en de individuele taak deze te realiseren meegekregen. Zij steken dan ook  veel energie in het leren kennen van zichzelf, het nadenken over opties, het maken van goede keuzes, en het behalen van gestelde doelen. Verzet is voor hen geen urgente aangelegenheid;  want wanneer niemand je wat wilt opdringen, is verzet niet nodig, toch? Voor de Generatie Y, zo bleek, is individuele keuzestress en de strijd om een eervolle en betekenisvolle positie te bemachtigen urgenter dan verzet tegen gangbare denk- en handelswijzen en publieke discussie daarover.

 

Van vrij kiezen gaat als zodanig een disciplinerende werking uit die gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. In tegenstelling tot soevereine macht, die de Franse filosoof en geschiedkundige Michel Foucault beschreef als een zichtbare macht van bovenaf waarvan de bron gemakkelijk is aan te wijzen, is disciplinaire macht veel subtieler (‘Two lectures’ in Power/Knowledge, Pantheon, 1980). Disciplinaire macht komt overal vandaan, ook van mensen in de samenleving zelf. Via disciplinering worden normen aangeleerd en geïnternaliseerd tot eigen waarden. Precies dat is wat de keus is geworden. We leggen onszelf toe op goed kiezen, en dringen andere mensen verstandig kiezen op. Zodoende blijft buiten zicht welke maatschappelijke orde en machtsverhoudingen door het keuzeritueel worden ondersteund. Politiek daartegen ageren ligt dan niet voor de hand.
 

De nadruk op de individuele keuze zorgt behalve voor verwarring en vermoeiing ook voor een afgenomen groepsgevoel onder jongeren. Alhoewel ze de vergelijkbaarheid van de situatie van hun leeftijdgenoten wel zien, geven jongeren relatief weinig blijk van een generatiegevoel. De onderlinge cohesie of solidariteit lijkt niet heel groot. Velen trekken zich lieve terug onder vrienden en familie, bij wie ze steun vinden. Aandacht voor het privédomein is groter, wat bijdraagt aan de afwezigheid van organisatie onder jongeren.
 

Naast de informatieovervloed die tot verwarring leidt, de algehele negativiteit die politiek engagement minder aantrekkelijk maakt, de disciplinerende werking die van kiezen uitgaat met de bijbehorende afname van solidariteit onder jongeren, is er tenslotte het algeheel genomen toch wel hoge niveau van welvaart, dat inmenging in het publieke debat simpelweg minder noodzakelijk maakt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Arabische wereld gaat het voor de Nederlandse jongeren niet om een kwestie van leven en dood.
 
Onzekere ‘eager beavers’ of de avant-garde van een nieuw maatschappelijk engagement?

In de interviews met de serie ouderen verbaasden deze zich over de braafheid van de jonge generatie. ‘Eager beavers’ noemde een van de oudere geïnterviewden Arthur Docters van Leeuwen ze. Wie gaat er na zijn zestiende nog met zijn ouders op vakantie? zo verbaasde Pearl Dykstra zich. Alexander Rinnooy Kan vermoedt een gebrek aan incassovermogen onder jongeren, dat te maken heeft met de vrije opvoeding die velen kregen. Andere stemmen buiten het boek gaan nog veel verder en vinden jongeren ronduit egocentrisch, lui en gemakzuchtig. Is dit beeld juist? Het moge misschien zo zijn dat jongeren veel tijd aan zichzelf besteden; veel verwijt kunnen we ze daarvan niet maken als zij thuis en op school reeds op jonge leeftijd waarden als zelfstandigheid en zelfbewustzijn meekrijgen.
 
Zulk commentaar is bovendien weinig constructief voor zowel de jongeren die vaak vastlopen in hun solitaire strijd, als voor de samenleving wier frisse tegenkracht knakt. Wat valt hieraan te doen?
 
Zoals Kees Schuyt benadrukte tijdens het interview, is het belangrijk om problemen rondom volwassenwording niet volledig te privatiseren en psychologiseren. Het vermogen om privéproblemen in publieke kwesties te vertalen, en vice versa; de verbeeldingskracht die in staat is om individuele levens in verband te zien met de structuur en geschiedenis van de eigen samenleving; is voor de bekende Amerikaanse socioloog Charles Wright Mills de essentie van de sociologische verbeeldingskracht (The Sociological Imagination, Oxford University Press, 1959) en niet alleen een taak voor sociologen, maar ook een kritisch vermogen dat jongeren zou kunnen sterken. Gedegen onderwijs alsook meer contact met ouderen zijn dingen die daartoe bijdragen. Niet alleen helpt contact met ouderen bij het ontwikkelen van een gedegen inzicht in de specifieke omstandigheden van de eigen generatie, zulk contact draagt ook bij aan een reëlere blik op de levenscyclus.
 
Ouderen kunnen nog meer betekenen. Zij zouden jongeren actiever kunnen betrekken bij wat ze doen; ruimte voor ze maken en ze begeleiden maar ook verantwoordelijkheid met rugdekking geven. Daarnaast is het belangrijk dat ouderen oog hebben voor de nieuwe vormen van politieke betrokkenheid van jongeren, en wellicht zelfs platforms creëren en ondersteunen waar jongeren echt onafhankelijk kunnen experimenteren en opereren. Het huidige engagement dat door ouderen gefaciliteerd wordt is te corporatistisch en komt te vaak met de prijs van assimilatie. Ideeën en energie zijn er wel onder jongeren, maar deze worden op andere manieren geuit dan ouderen gewend zijn. Uitdaging is om er bij jongeren naar op zoek te gaan en hen te ondersteunen.
 
De jongeren van Duurzame Jonge 100 geven blijk van een nieuw maatschappelijk engagement. Het gaat bij hen niet om lidmaatschap van een politieke partij of een demonstratie maar om de oprichting van initiatieven en bedrijfjes die gestalte geven aan hun wens zowel iets eigens en unieks te doen als een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Daar zit energie in, en beter dan dat oude en nieuwe vormen van politiek bedrijven langs elkaar heen werken en elkaar negeren is het zaak zinvolle verbindingen tussen beiden aan te gaan.
 

Aan het eind van ons boek schrijven wij: “In onze tijd leeft alom het besef dat we er met de gevestigde vormen van politiek bedrijven niet meer uit komen. Zo bijvoorbeeld in de Europese Unie. Het oude werkt niet meer goed genoeg en het nieuwe moet nog worden uitgevonden. Wij bevinden ons, met de informatisering en globalisering, midden in zo’n onzekere overgangssituatie. De industriële revolutie, met zijn nieuwe productiekrachten en productieverhoudingen, deed het oude regime, met zijn standen, gildes en koningen, uit zijn voegen barsten. In onze tijd, met de informatierevolutie, staan we ook aan het begin van omwentelingen die de gevestigde structuren van democratische politiek niet onberoerd zullen laten. In het bemannen en uitvinden van nieuwe vormen van politiek zouden de twintigers wel eens een veel grotere rol kunnen spelen dan ze nu lijken te doen.”
 
Tot slot

Een laatste boodschap voor mijn generatiegenoten: houd vast aan je idealisme maar neem goed kiezen en falen niet zo bloedserieus! Heb oog voor toeval en geluk, en grijp kansen wanneer deze zich voordoen in plaats van ze al piekerend voorbij te laten gaan. De jongeren van de DJ100 vormen hiervan een mooi voorbeeld.’
 
Figuur: copyright CMRB